Ontslag statutair bestuurder wegens werkweigering.

Een statutair bestuurder vraagt vakantieverlof welk verzoek wordt afgewezen. Ondanks de afwijzing van het verzoek vertrekt hij alsnog, althans verschijnt niet op het werk op de eerste dag van zijn afgewezen verlofaanvraag. De werkgever ontslaat de bestuurder op staande voet op grond van werkweigering. Het Gerechtshof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en handhaaft het gegeven ontslag.

Per e-mail van 17 januari 2014 verzocht de bestuurder -een hypotheekadviseur -  om verlof van 3 tot en met 17 februari 2014 of van 10 tot en met 24 februari 2014. Dit verzoek is per e-mail van 24 januari 2014 door de werkgever afgewezen wegens gewichtige reden, te weten onderbezetting in verband met een vertrek van een collega. De bestuurder stelde voor korter op vakantie te gaan, de vakantie iets later te plannen, vanaf zijn vakantieadres werkzaamheden te verrichten of zich door een waarnemer te laten vervangen. Dit alles is door werkgever afgewezen. Op 4 februari 2014 hebben de werkgever en de bestuurder gesproken over het functioneren van e bestuurder, het opnemen van verlofdagen en de omzetdoelstelling voor 2014. Hierbij is nogmaals meegedeeld dat verlof vanaf 10 februari 2014 niet zou worden toegestaan. Op 10 februari 2014 is de bestuurder, zonder enige mededeling aan werkgever, niet op zijn werk verschenen.

Op 11 februari 2014 wordt de bestuurder ontslagen.

Bij de rechtbank ageerde de bestuurder louter tegen het gegeven ontslag op staande voet en de dringende reden. Pas in hoger beroep stelt de bestuurder zich op het standpunt dat hij bestuurder is, er geen vennootscappelijk recht ontslag is gevolgd en hij niet is gehoord. Deze verweren gaan niet meer op en zijn te laat ingediend, aldus het Hof. Nadat het Hof had vastgesteld dat de werkneemer inderdaad statutair bestuurder

Het Hof oordeelt dat de bestuurder tot 1 maart 2016 geen beroep heeft gedaan op het feit dat niet voldaan is aan de eisen van art 2:244 BW wat inhoudt dat een bestuurder wordt ontslagen door het orgaan dat bevoegd is tot benoeming. In de praktijk is dat de AVA.  Vennootschapsrechtelijk ontslag betekent ook arbeidsrechtelijk ontslag. De vennootschap zal in dat geval de arbeidsovereenkomst opzeggen. De bestuurder heeft bij dagvaarding in eerste aanleg zich op het standpunt gesteld dat hij in de praktijk geen (statutair) bestuurder was. Voor het eerst in hoger beroep bij memorie van grieven (1 maart 2016) is aangevoerd dat hij statutair directeur was en het vennootschapsrechtelijk ontslag niet aan de daaraan te stellen eisen zou hebben voldaan. De bestuurder heeft zich derhalve buiten de vervaltermijn van art. 2:15 lid 5 BW beroepen op de vernietigbaarheid van het ontslagbesluit zodat om die reden dit beroep niet meer tot vernietiging van het ontslagbesluit kan leiden.

Ten overvloede merkt het hof op dat op grond van art. 2:244 lid 3 BW een wedertewerkstelling van een ontslagen statutair bestuurder ook niet -zonder meer- mogelijk is, zodat de op de vernietiging van het ontslagbesluit gegronde vordering tot wedertewerkstelling ook om die reden niet toewijsbaar is.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2017:531

Tips bij ontslag bestuurder:

Check de oprichtingsakte, de statuten, de KvK, eventuele gewijzigde statuten, de arbeidsovereenkomst (evt managementovereenkomst) en last but not least het benoemingsbesluit. In bovengenoemde zaak gaat het mis omdat dit niet tijdig gecontroleerd is terwijl het Hof vaststelt dat er sprake is van een statutair bestuurder.

 

Uitzendkracht en ziekte

Hoge Raad: uitzendovereenkomst eindigt niet zonder meer bij ziekte van de uitzendkracht

Lees verder