Recent behandelde ik een huurzaak waarin een buitenlandse vennootschap achteraf meende dat zij te veel huur had betaald. De huurder stelde dat de werknemers – voor wie de woning was gehuurd – eerder waren vertrokken en dat de huur daarom onverschuldigd was doorbetaald. Er werd een forse terugvordering ingediend bij de verhuurder.
In de procedure bleek echter dat de huurovereenkomst gewoon is blijven doorlopen. Er heeft geen officiële oplevering of eindinspectie plaatsgevonden en partijen hebben de huurperiode feitelijk voortgezet. Tijdens de zitting werd zelfs aannemelijk dat de werknemers langer van de woning gebruik hebben gemaakt dan gesteld. Daarmee verviel de grondslag voor terugbetaling en strandde de vordering van de huurder.
Belangrijk om te onthouden:
Deze zaak onderstreept hoe essentieel het is om binnen een huurovereenkomst duidelijke afspraken vast te leggen – niet alleen bij aanvang, maar ook wanneer zich wijzigingen voordoen, zoals tussentijds vertrek van bewoners of beëindiging van het contract. Zonder correcte documentatie blijft de huurverplichting bestaan en kan een beroep op onverschuldigde betaling mislukken.
Wilt u zeker weten dat uw huurrelatie juridisch sluitend is opgesteld of heeft u vragen over beëindiging of betalingsgeschillen? Advocatenkantoor Bloem adviseert en procedeert waar nodig. Neem gerust contact op voor overleg gb@advocatenkantoorbloem.nl
Oproepkracht weigert aanbod werkgever voor een vaste arbeidsomvang; oproepkracht kan ook in dat geval met succes nog steeds een beroep doen op het rechtsvermoeden van de arbeidsomvang. Verhouding art. 7:610b BW (rechtsvermoeden van arbeidsomvang) en art. 7:628a lid 5 BW (verplicht aanbod vaste arbeidsomvang bij oproepovereenkomst na periode van 12 maanden). Kan werknemer met terugwerkende kracht beroep doen op rechtsvermoeden art. 7:610b BW als hij aanbod op grond van art. 7:628a lid 5 BW mede t.a.v. die periode heeft afgewezen?
Lees verder