Ziekmelding via Whatsapp toegestaan


Een werkneemster, intercedente bij Benco B.V., is begin 2012 in dienst getreden op basis van een jaarcontract.

Op 17 april 2012 krijgt zij onenigheid met haar baas en vertrekt een half uur voor het einde van de werkdag onder de mededeling:” Dit werk is niets voor mij. Ik wil dit ook niet meer en stop ermee. Ik heb er geen zin meer in. Ik heb het hier gezien en ga weg".

De werkgever bevestigt schriftelijk aan werkneemster het ontslag bij brief van 18 april 2012. Ondertussen had werkneemster zich diezelfde 18e april ziek gemeld via een Whatsapp bericht. De werkgever ontkende dat hij het Whatsapp-bericht had ontvangen, en betaalde het loon door tot het moment dat de werknemer ontslag nam.

Omdat de werkgever weigerde het loon door te betalen, ontstond er niet alleen een discussie over de vraag of de werkgever erop mocht vertrouwen dat de werknemer daadwerkelijk ontslag wilde nemen, maar ook over de vraag of een ziekmelding via Whatsapp geldig is.

Deze ziekmelding werd geaccepteerd door de kantonrechter van Winschoten op 2 november 2012. De werkgever had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij het Whatsapp-bericht niet had ontvangen. De werknemer had als bewijs een screenshot van het berichtje gemaakt en aan de rechter gegeven. Bij het bericht staan twee vinkjes en dat betekent dat het bericht succesvol is afgeleverd. Staat er maar een vinkje dan betekent dit dat het bericht nog niet is afgeleverd. De werkgever kan dan moeilijk volhouden dat hij het bericht niet heeft gelezen.

De werkgever kon niet aannemelijk maken dat hij het bericht niet had gelezen. De rechter wees de loonvordering dan ook toe. De werkgever had bij de werknemer moeten controleren of zij daadwerkelijk ontslag wilde nemen. Op dit punt heeft een werkgever een onderzoeksplicht en kan niet volstaan met de mededeling dat hij een Whatsapp-bericht niet heeft ontvangen.

Oproepkracht weigert aanbod vaste uren, claimt omvang obv rechtsvermoeden

Oproepkracht weigert aanbod werkgever voor een vaste arbeidsomvang; oproepkracht kan ook in dat geval met succes nog steeds een beroep doen op het rechtsvermoeden van de arbeidsomvang. Verhouding art. 7:610b BW (rechtsvermoeden van arbeidsomvang) en art. 7:628a lid 5 BW (verplicht aanbod vaste arbeidsomvang bij oproepovereenkomst na periode van 12 maanden). Kan werknemer met terugwerkende kracht beroep doen op rechtsvermoeden art. 7:610b BW als hij aanbod op grond van art. 7:628a lid 5 BW mede t.a.v. die periode heeft afgewezen?

Lees verder
Vragen over vaststellingsovereenkomst?
Chat via WhatsApp