Wilsuitingen in het arbeidsrecht

De opzegging van een arbeidsovereenkomst is een eenzijdige rechtshandeling. De opzegging komt tot stand, door een op de beëindiging van de overeenkomst gerichte wil en deze wil tot uiting komt door een verklaring. Vaak is een verklaring voor verschillende uitleg vatbaar. Welke maatstaf gebruikt wordt voor de uitleg van een verklaring, is verschillend naar gelang de verklaring afkomstig is van een werknemer of werkgever.

Voor de werknemer geldt: een duidelijke en ondubbelzinnige wilsverklaring gericht op beëindiging.

Voor een werkgever geldt: de werknemer moet redelijkerwijs onder de gegeven omstandigheden de verklaring of gedraging van de werkgever begrijpen als een opzegging.

Als een werknemer tegen de werkgever zegt: ik vertrek! en hij vertrekt daadwerkelijk dan nog hoeft dit door de rechter niet begrepen te worden als een opzegging. Als de werkgever dit zegt, zal dit in de regel wel begrepen worden als een opzegging.

De reden hiervoor is dat de opzegging van de werknemer ernstige gevolgen voor hem heeft. Voor de werkgever zijn deze gevolgen minder ernstig, aldus de rechtspraak.

U dient als werkgever duidelijkheid te verkrijgen omtrent een verklaring van de werknemer die u als opzegging beschouwt. Vraag schriftelijk meer duidelijkheid van uw werknemer.
Verklaringen en gedragigngen van een werkgever kunnen door een werknemer redelijkerwijs als opzegging worden begrepen. Indien u bijvoorbeeld een contract voor bepaalde tijd niet wilt verlengen, vermijd woorden als ontslag, opzegging of ontbinding.

Mocht u nog vragen hebben over arbeidsrecht of een ander onderwerp, dan kunt u vrijblijvend contact met ons opnemen of kom- op afspraak -langs op het gratis spreekuur.

Oproepkracht weigert aanbod vaste uren, claimt omvang obv rechtsvermoeden

Oproepkracht weigert aanbod werkgever voor een vaste arbeidsomvang; oproepkracht kan ook in dat geval met succes nog steeds een beroep doen op het rechtsvermoeden van de arbeidsomvang. Verhouding art. 7:610b BW (rechtsvermoeden van arbeidsomvang) en art. 7:628a lid 5 BW (verplicht aanbod vaste arbeidsomvang bij oproepovereenkomst na periode van 12 maanden). Kan werknemer met terugwerkende kracht beroep doen op rechtsvermoeden art. 7:610b BW als hij aanbod op grond van art. 7:628a lid 5 BW mede t.a.v. die periode heeft afgewezen?

Lees verder
Vragen over vaststellingsovereenkomst?
Chat via WhatsApp