Wettelijke aanzegtermijn bij arbeidsovereenkomsten bepaalde tijd

Wettelijke aanzegtermijn bij arbeidsovereenkomsten bepaalde tijd
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege, tenzij in de arbeidsovereenkomst schriftelijk een voorafgaande (tussentijdse) opzegging is overeengekomen.

Wanneer het einde van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd nadert, verkeert de werknemer in een bepaalde onzekerheid. De werknemer zit vaak in spanning te wachten op een antwoord op de vraag: ‘Zal mijn arbeidsovereenkomst worden verlengd?’ / ‘Mag ik blijven of scheiden hier onze wegen?’ Een werknemer stelt het zeer op prijs wanneer een werkgever tijdig uitsluitsel geeft op de bovenstaande vragen. Indien de arbeidsrelatie niet verder wordt voortgezet, zal de werknemer (tijdig) op zoek moeten naar ander werk.

Om de werknemer ten aanzien van deze onzekerheid tegemoet te komen, is in het wetsvoorstel Wet Werk en Zekerheid bepaald dat voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten een wettelijke aanzegtermijn moet worden gehanteerd.

Voor arbeidsovereenkomsten met een duur van 6 maanden of langer dient een wettelijke aanzegtermijn van 1 maand in acht te worden genomen.

Uiterlijk 1 maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst dient de werkgever de werknemer schriftelijk te informeren of de arbeidsrelatie wordt voortgezet en zo ja onder welke voorwaarden. Deze wettelijke aanzegtermijn is ook van toepassing op de opvolgende arbeidsovereenkomsten van 6 maanden of langer.

Uitzonderingen wettelijke aanzegtermijn:

de aanzegtermijn voor arbeidsovereenkomst van een kortere duur dan 6 maanden heeft materieel weinig betekenis;
een aanzegtermijn is niet van toepassing op een arbeidsovereenkomst die eindigt op een tijdstip dat niet op een kalenderdatum is gesteld (projectbasis);
de aanzegtermijn is niet van toepassing op een uitzendovereenkomst waarin een uitzendbeding ex artikel 7:691 lid 2 BW is opgenomen.


Niet naleven aanzegtermijn:
Bij niet naleving van de aanzegtermijn is de werkgever een vergoeding verschuldigd. De vergoeding bedraagt een bedrag gelijk gesteld aan het vastgestelde loon voor een maand.

Bij een niet tijdige nakoming van de wettelijke aanzegtermijn is de werkgever een vergoeding naar rato verschuldigd.
Deze vergoeding is niet verschuldigd in geval van:

faillissement
surseance van betaling;
schuldsanering natuurlijke personen.


Indien de werkgever heeft aangegeven de arbeidsovereenkomst te willen voortzetten, maar niet heeft aangegeven onder welke voorwaarden dan geldt het volgende:

de arbeidsovereenkomst wordt geacht te zijn voortgezet voor dezelfde duur, maar ten hoogste voor de duur voor een jaar, op basis van dezelfde/vroegere arbeidsvoorwaarden.


Overgangsrecht:
Deze bepaling heeft met de inwerkingtreding van de wet per 1 juli 2014 onmiddellijke werking. In een overgangsbepaling zal worden opgenomen dat deze bepaling nog niet van toepassing is op arbeidsovereenkomsten die binnen 1 maand na inwerkingtreding eindigen.

Billijke vergoeding op nihil gesteld

Billijke vergoeding na ontslag op staande voet op nihil gesteld wegens o.a. Corona.

Lees verder