Wet flexibel werken per 1 januari 2016 van kracht

Sinds 1 januari 2016 is de Wet flexibel werken (Wfw) van kracht. Deze wet heeft de Wet aanpassing arbeidsduur (Waa) vervangen. De Wfw regelt de mogelijkheid tot het aanpassen van de arbeidsduur, arbeidsplaats en werktijd van een werknemer. Het doel van deze wet is het stimuleren van tijd- en plaatsonafhankelijk werken. De initiatiefnemers van het wetsvoorstel voorspellen dat zo’n 10% van de werknemers in Nederland een beroep zullen doen op deze wet.

Het verzoek om aanpassing van de arbeidsduur, arbeidsplaats of de werktijd moet ten minste twee maanden voor het beoogde tijdstip van ingang schriftelijk bij de werkgever zijn ingediend. Slechts als er onvoorziene omstandigheden zijn kan hiervan worden afgeweken.

De werkgever moet een maand voor het beoogde tijdstip van ingang van de aanpassing op het verzoek hebben beslist. Doet de werkgever dit niet dan wordt de arbeidsduur, de arbeidsplaats of de werktijd overeenkomstig het verzoek van de werknemer aangepast. De werkgever heeft dus minimaal één maand de tijd om te beslissen. Indien er sprake is van de hierboven genoemde onvoorziene omstandigheden, dient de werkgever binnen vijf werkdagen op verzoek te beslissen.

De werkgever dient overleg met de werknemer de plegen over diens verzoek.

De beslissing op het verzoek wordt de werknemer schriftelijk medegedeeld. Als de werkgever het verzoek afwijst of de spreiding van de uren, de aanpassing van de arbeidsplaats of werktijd vaststelt in afwijking van de wensen van de werknemer, wordt dit ook schriftelijk medegedeeld met een opgave van de redenen.

Pas een jaar nadat de werkgever een verzoek om aanpassing van de werknemer heeft ingewilligd of afgewezen, kan de werknemer een nieuw verzoek indienen.

Arbeidsduur
In het verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur dient de werknemer de gewenste omvang van de aanpassing van de arbeidsduur per week, of als de arbeidsduur over een ander tijdvak is overeengekomen, over dat tijdvak, op te nemen. De werkgever mag een verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur alleen afwijzen als zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.

Bij een verzoek tot vermeerdering van arbeidsduur is er in elk geval sprake van zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang indien die vermeerdering leidt tot ernstige problemen van financiële of organisatorische aard, wegens het niet voorhanden zijn van voldoende werk, of omdat de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting daartoe ontoereikend is.

Bij een verzoek tot vermindering van de arbeidsduur is er in elk geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang indien die vermindering leidt tot ernstige problemen voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen uren, op het gebied van de veiligheid, of van roostertechnische aard.

Deze voorbeelden zijn niet-limitatief. Er is in elk geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang indien een van deze voorbeelden zich voordoet. Er kunnen echter andere belangen zich voordoen die kwalificeren als een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang.

Werktijd
In het verzoek tot aanpassing van de werktijd dient de werknemer de gewenste spreiding van de werktijd van de uren over de week, of het anderszins overeengekomen tijdvak. De werkgever mag een dergelijk verzoek alleen afwijzen als zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.

Bij een verzoek tot aanpassing van de werktijd is in ieder geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang indien de aanpassing leidt tot ernstige problemen op het gebied van veiligheid, van roostertechnische aard, of van financiële of organisatorische aard.

De werkgever stelt de spreiding van de uren vast overeenkomstig de wensen van de werknemer. De werkgever kan hiervan afwijken indien hij een zodanig belang daarbij heeft dat de wens van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

Arbeidsplaats
In het verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats dient de werknemer de gewenste arbeidsplaats op te nemen.

In tegenstelling tot een verzoek om aanpassing van de arbeidsduur of werktijd geldt bij een verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats niet dat dat verzoek alleen kan worden afgewezen vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. De werkgever dient het verzoek van de werknemer te overwegen en overleg te plegen indien hij het verzoek afwijst.

Cao
Slechts bij verzoeken tot vermeerdering van arbeidsduur en aanpassen van de arbeidsplaats of werktijd kan van de wettelijke regeling worden afgeweken bij cao. Indien er geen cao is kan de werkgever hierover schriftelijke overeenstemming bereiken met de ondernemingsraad of de personeelsvereniging.

Voor verzoeken tot vermindering van arbeidstijd kan dus niet bij cao worden afgeweken. Daarvoor geldt altijd de wettelijke regeling.

Conclusie
Een werknemer heeft veel mogelijkheden om zijn arbeidsvoorwaarden aan te passen. Hij kan hiervoor redelijk gemakkelijk een verzoek indienen. De werknemer moet dit wel op tijd doen, namelijk twee maanden voor de geplande inwerkingtreding. De werkgever kan in geval van een verzoek tot aanpassen van de arbeidsduur of werktijd een dergelijk verzoek alleen afwijzen als er sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Dit is een zware toets. Voor het afwijzen van een verzoek tot aanpassen van de arbeidsplaats geldt deze zware toets niet.

Meer over dit onderwerp:
Wet flexibel werken

Uitzendkracht en ziekte

Hoge Raad: uitzendovereenkomst eindigt niet zonder meer bij ziekte van de uitzendkracht

Lees verder