Verstoorde arbeidsrelatie in korte tijd

De werknemer, geboren in 1985, is in 2016 bij de werkgever, een uitvoeringsorganisatie op pensioengebied, in dienst getreden. In december 2016 heeft een functioneringsgesprek plaatsgevonden. Hoewel de uitkomst daarvan voldoende was, was de werknemer toch teleurgesteld en is hij een dag thuis gebleven. Daarna heeft de werknemer drie dagen alleen gewerkt in de kamer van de bedrijfsarts. Gesprekken over de situatie hebben tot een verdere verslechtering geleid. Op 19 januari 2017 heeft de werkgever laten weten dat hij het vertrouwen in een vruchtbare samenwerking kwijt was en is de werknemer op non-actief gesteld. De werkgever vraagt nu ontbinding; de werknemer wedertewerkstelling.

De kantonrechter overweegt dat de werkgever aannemelijk moet maken dat de door hem gestelde verstoring van de arbeidsverhouding met de werknemer ernstig en duurzaam is en dat herstel van de relatie in redelijkheid niet meer mogelijk is. De duurzaamheid van de verstoring kan op twee manieren aannemelijk worden gemaakt: de verstoring is al langere tijd aanwezig of er heeft zich meer recent een zeer ernstige verstoring voorgedaan, waardoor de relatie niet meer zal kunnen worden hersteld. De stelling van de werknemer, dat er geen sprake kan zijn van een ernstige verstoring als één en ander slechts enkele weken heeft geduurd, is dus niet juist. In onderhavig geval is voldoende gebleken dat de relatie verstoord is. De werkgever ondervond al langere tijd problemen en heeft daarom aan de werknemer een intern coachingstraject aangeboden. In december 2016/januari 2017 zijn de problemen in de samenwerking geëscaleerd. Herstel van de samenwerking is niet meer te verwachten, waarbij ook meespeelt dat de werknemer niet inziet dat zijn houding en gedrag ver afstaan van wat de werkgever wenselijk vindt. Ontbinding is daarom gerechtvaardigd. Daarbij dient de werkgever wel een billijke vergoeding te betalen van € 10.000,=, nu de werkgever de werknemer eenzijdig op non-actief heeft gezet en daarmee de belangen van de werknemer heeft geschaad. Daarbij weegt ook mee dat de werknemer vanwege de korte duur van zijn dienstverband niet in aanmerking komt voor de transitievergoeding.

 

NB. Volgens de Beleidsregels Ontslagtaak UWV, waarnaar in de wetsgeschiedenis van de Wwz is verwezen, moet een verstoring “ernstig en duurzaam” zijn, wil ontslag gerechtvaardigd zijn. Het begrip “duurzaam” impliceert dat de verstoring al langere tijd voortduurt, maar de kantonrechter oordeelt in deze zaak dat een verstoring ook in korte tijd kan ontstaan. Zie in dit opzicht ook «JAR» 2016/82 en «JAR» 2010/242.

 

Voor de uitspraak zie :http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:1599

Billijke vergoeding op nihil gesteld

Billijke vergoeding na ontslag op staande voet op nihil gesteld wegens o.a. Corona.

Lees verder