Uitleg terugbetalingsregeling in de studieovereenkomst

Het is een werkgever toegestaan om met een werknemer afspraken te maken over de terugbetaling van studiekosten bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst, welke studiekosten aanvankelijk door de werkgever zijn voldaan. Deze bevoegdheid, de terugbetalingsbevoegdheid, is echter niet onbeperkt. In het arrest van het gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 8 september 2015 wordt een terugbetalingsregeling die is opgenomen in een studieovereenkomst nader toegelicht.

Alvorens nader te kijken naar de uitspraak van het Hof, moet allereerst worden stilgestaan bij hoe de Hoge Raad een studiebeding beoordeeld.

Hoge Raad:
Bij beëindiging van de dienstbetrekking direct na voltooiing van de studie geldt dat de terugbetaling van studiekosten worden begrensd door wettelijke bepalingen, door de eisen van goed werkgeverschap en de norm van artikel 6: 248 BW. De Hoge Raad heeft zich op 10 juni 1983 (NJ1983/796) in de uitspraak Muller / Van Opzeeland hierover onder meer uitgelaten. De Hoge Raad heeft in dat verband onder meer overwogen:
"(...) Bovendien zal, wil een zodanige regeling - zoals in het onderhavige geval - bij beëindiging van de dienstbetrekking binnen een bepaalde tijd na afloop van de studie een verplichting tot terugbetaling van de reeds gedurende de studieperiode ontvangen loonbedragen meebrengen, deze voor de werknemer zal ernstige consequenties duidelijk aan hem moeten zijn uiteengezet (...)."
Als partijen verschillen over de reikwijdte van een studiekostenbeding dient deze te worden vastgesteld aan de hand van het Haviltex-criterium en/of een taalkundige uitleg. Het Haviltex-criterium komt erop neer dat de rechter aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid, en dat hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, de betekenis van dat beding dient vast te stellen. Uit dit een en ander volgt dat redelijkheid en billijkheid hierbij een rol spelen.

Uitspraak Gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 8 september 2015:
In het studiekostenbeding spraken werkgever en werknemer af dat als de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer zou worden beëindigd, de werknemer de studiekosten aan de werkgever diende terug te betalen. Deze verplichting verviel drie jaar na het behalen van de opleiding. Ook zou per jaar, na het einde van de opleiding, een derde deel worden kwijtgescholden.
In de uitspraak van gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 8 september 2015 dient het Hof deze bepaling uit de studieovereenkomst nader uit te leggen. De werkgever stelde dat de werknemer de studiekosten diende terug te betalen nu de werknemer niet akkoord is gegaan met de aangeboden verlenging van de arbeidsovereenkomst. Daarmee eindigde het contract van rechtswege. De werkgever beschouwde dit als een beëindig van de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer. Het Hof diende in deze zaak de vraag te beantwoorden of in dit geval sprake was van een verzoek van de beëindiging van de werknemer en hoe het studiekostenbeding in deze situatie moet worden gelezen.

Het Hof oordeelde als volgt:
Het studiebeding betrof een opeisbare en invorderbare vordering om de verrekening met het te betalen salaris indien het dienstverband zou worden beëindigd op verzoek van de werknemer. In dit geval had de werknemer niet de arbeidsovereenkomst beëindigd, maar was de werknemer echter niet ingegaan op het aanbod van de werkgever om een overeenkomst voor bepaalde tijd te verlengen. Het is niet duidelijk of het een beëindiging van het dienstverband op verzoek van de werknemer betrof. Ook is er geen sprake van een beëindiging van de werknemer als een arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt door het verstrijken van de daarvoor bepaalde tijd en de werknemer de arbeidsovereenkomst niet voortzet door het aangaan van de volgende arbeidsovereenkomst. De uitleg die de werkgever aan deze bepaling hechtte te weten dat de werknemer door niet ingegaan op het aanbod zelf ontslag zou hebben genomen dan wel dat de arbeidsovereenkomst op haar verzoek zou zijn geëindigd, is een uitleg die in het nadeel is van de werknemer. Daarbij stelde het Hof dat de werkgever dit geval tekort is geschoten in haar verplichtingen als goed werkgever om aan werknemer bij het sluiten van de studieovereenkomst uiteen te zetten welke consequenties er waren verbonden aan het daaraan in opgenomen terugbetalingsregeling bij beëindiging van het dienstverband voor bepaalde tijd. Het Hof is derhalve uitgegaan van een taalkundige uitleg en de wettelijke bepalingen inzake de eis van goed werkgeverschap, waardoor er niet van kan worden uitgegaan dat er sprake is van een einde dienstverband op verzoek van de werknemer. Kortom, in deze zaak kan de werkgever de gemaakte studiekosten niet van de werknemer terugvorderen vanwege een onduidelijke formulering.
Om niet voor dergelijke ongewenste verrassingen te komen staan is het van belang zorgvuldig naar de formulering van de studiekosten te kijken.

WWZ: het belang van een juiste formulering:
Onder de WWZ is scholing van de werknemer nog belangrijker geworden dan dat het al was. Op grond van de wet is de werkgever verplicht scholing aan te bieden aan de werknemer die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie. In het kader van een reorganisatie moet een werkgever ook verplicht bekijken of een werknemer kan worden herplaatst of er middels scholing herplaatsing mogelijk kan worden. Daar kunnen behoorlijk wat kosten mee gemoeid zijn. Het studiekostenbeding kan voor de werkgever een oplossing bieden. Met een studiekostenbeding zorgt de werkgever ervoor dat een werknemer niet zomaar de arbeidsovereenkomst op kan zeggen tijdens of net na het afronden van de training, cursus of opleiding. Althans, niet voordat de werknemer een deel van de kosten heeft terugbetaald.

Het opstellen van een studiekostenbeding is zoals gebleken uit uitspraak hierboven van zorgvuldig belang. Rechters kijken kritisch naar een studiekostenbeding, onder andere hoe dit is geformuleerd en of de werknemer zich bewust is van de gevolgen van de studieovereenkomst c.q. studiekostbeding. Tevens is het raadzaam in het de studieovereenkomst iets op te nemen over de kosten die in minder kunnen worden gebracht op de transitievergoeding bij de beëindiging van het dienstverband. Wilt weten wat en hoe precies hierover moet opnemen in de overkomst, neem dan contact op met Advocatenkantoor Bloem. Bij de formulering van een studiekostenbeding dan wel het opstellen van een studieovereenkomst helpt Advocatenkantoor Bloem u dan ook graag.

 

Billijke vergoeding op nihil gesteld

Billijke vergoeding na ontslag op staande voet op nihil gesteld wegens o.a. Corona.

Lees verder