Ontslag medewerker na duwen leerling faalt

In Nederland strandt 80% of zelfs meer van de ontslag op staande voet zaken. Zo ook deze wegens het gebrek aan agressietraining.

Reden voor ontslag:

" Op de camerabeelden is te zien dat je de betreffende leerling vanaf het schoolplein apart hebt genomen (onder de poort). Je hebt de leerling vervolgens tot tweemaal toe bij de keel beetgepakt en hem vanuit die positie geduwd.(-) Jij hebt erkend dat je de leerling één duw hebt gegeven, maar je ontkende dat je hem nogmaals hebt geduwd en hem bij de keel hebt beetgepakt. Je bagatelliseerde jouw gedrag en noemde het incident een “verstappertje”. (-) Wij kwalificeren het tot tweemaal toe beetpakken van een leerling bij zijn keel en de twee duwen, zowel elk op zichzelf genomen als ook in hun onderlinge samenhang bezien, als een dringende reden in de zin van artikel 7:678 BW, die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Bij deze beslissing hebben wij alle (persoonlijke) omstandigheden meegenomen, waaronder het feit dat jouw handelswijze/gedrag in het verleden (zie o.a. de brief d.d. 12 november 2014) ook al onderwerp van gesprek is geweest, [school] ( [school] , kantonrechter) jou op dat moment ‘het voordeel van de twijfel heeft gegeven’ en toen is besloten jou een laatste kans te geven. Hierbij bevestig ik jou derhalve schriftelijk het gisteren aan jou verleende ontslag op staande voet.’ 

Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats in de beschouwing te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt. En verder onder meer de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben.

Rechter: de school had de werknemer -net zoals docenten -moeten laten deelnemen aan trainingen op het gebied van het hanteren van uitdagend of agressief gedrag van leerlingen, zodat hij weet wat hij in potentieel escalerende situaties moet doen en nalaten. De laatste training dateerde van bijna 10 jaar terug.  De kantonrechter wijst er in dit verband op dat artikel 7:611a BW sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid - medio 2015 - bepaalt dat de werkgever de werknemer in staat dient te stellen de scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie. Dat wetsartikel kan de werknemer niet alleen benutten teneinde in voorkomende gevallen af te dwingen dat hem die scholing wordt aangeboden, maar speelt ook een rol bij de beoordeling van ontslagsituaties als de onderhavige. Daarvoor is het niet nodig dat de wetgever daarop specifiek heeft gewezen, zoals bijvoorbeeld in artikel 7:669 lid 3 onder d BW is gebeurd, omdat hetzelfde voortvloeit uit het goed werkgeverschap als bedoeld in artikel 7:611 BW en daarom (het ontbreken van) scholing ook een aspect is dat bij de beoordeling van een ontslag op staande voet moet worden betrokken. De kantonrechter concludeert dat het aan de noodzakelijke periodieke (na-)scholing van [verzoeker] heeft ontbroken. Het ontslag wordt vernietigd (overigens bleek uit de camerabeelden ook niet al het verwijtbare gedrag!).

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:870

WAB

De Wet Arbeidsmarkt in Balans in vogelvlucht

Lees verder