Bestuurdersaansprakelijkheid. Onrechtmatige selectieve non-betaling.

Op 20 februari 2019 heeft de rechtbank Rotterdam een bestuurder van een B.V. persoonlijk aansprakelijk gehouden voor selectieve non-betaling.

Wanneer is een bestuurder persoonlijk aansprakelijk?

Uitgangspunt voor de beoordeling van persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder is de maatstaf uit het arrest van de Hoge Raad van 8 december 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (Ontvanger/Roelofsen)). Ingevolge dit arrest handelt een bestuurder van een vennootschap onrechtmatig jegens een schuldeiser van die vennootschap als het handelen of nalaten van die bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt zal in ieder geval sprake kunnen zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Onrechtmatig is in ieder geval de uit betalingsonwil voortvloeiende weigering van een bestuurder om een verbintenis van de vennootschap te voldoen.

De feiten:

Een ex-werknemer heeft op 26 februari 2009 een vonnis gehaald op zijn werkgever, Rock Solid, voor € 28.000,00 doch executie van het vonnis bleek vruchteloos. De ex-werknemer cedeert vervolgens zijn vordering aan Credit Retrieve, de eisende partij. Ondertussen was Rock-Solid ontbonden bij ontbindingsbesluit van 6 april 2018. Van de cessie wordt de vereiste mededeling gedaan en een sommatie volgt om de vordering, inclusief rente, ad € 36.449,67 te voldoen. Op 17 april 2018 is in het handelsregister geregistreerd dat Rock-Solid op 6 april 2018 is opgehouden te bestaan omdat Rock-Solid is ontbonden en er geen bekende baten meer aanwezig waren.

Kernvraag in deze zaak was of de gedaagde als (indirect) bestuurder zodanig onzorgvuldig jegens de eisende partij heeft gehandeld, doordat Rock-Solid niet aan haar betalingsverplichting jegens een ex-werknemer c.q. Credit Company heeft voldaan, dat gedaagde daarvan een persoonlijk ernstig verwijt valt te maken. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is en dat de bestuurder inderdaad een persoonlijk ernstig verwijt treft omdat

a) uit de financiele stukken bleek dat er gedurende lange periode en  in ieder geval vanaf 2010 tot vóór de ontbinding in 2016 een rekening courant vordering op een derde bestond  en voor een bedrag van € 510.674,- als activa op de balans van Rock-Solid heeft gestaan en

b) uit de overgelegde cijfers van Rock-Solid kon worden afgeleid dat externe schuldeisers van Rock-Solid (ter zake van loonheffing, omzetbelasting en pensioenafdrachten) door de moedervennootschap werden betaald, waarna de rekening courant schuld van Rock-Solid aan gedaagden verder opliep. Andere (externe) schuldeisers werden wel voldaan terwijl de gecedeerde vordering van de ex-werknemer onbetaald bleef zodat feitelijk gedaagde bepaalde welke schuldeisers wel en welke niet werden betaald.

Kortom, er is sprake van kwade opzet.  Deze selectieve non-betaling is als onrechtmatig gekwalificeerd.

Zie voor uitspraak: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:1479

 

 

 

Ontslagname door werknemer?

In hoeverre mag een werkgever afgaan op een ontslagname door een werknemer?

Lees verder